Actueel

Regeling Sterk Techniekonderwijs aangepast

Minister Slob past de regeling Sterk Techniekonderwijs op enkele punten aan. Over deze aanpassingen heeft hij de penvoerders en STO regio’s per brief geïnformeerd.

Nieuwe toolkit voor het aantrekken, behouden en professionaliseren van docenten

Welke aanpak hanteren regio's om in de toekomst voldoende goed geschoolde technische vakmensen in te kunnen zetten?

Agenda

Sterk Techniekonderwijs LIVE: Webinar ‘Docententekort’

19 januari 2022 15:00 uur

Sterk Techniekonderwijs LIVE: Webinar ‘Doorlopende leerroutes’

16 maart 2022 15:00 uur

Terugblik webinars Sterk Techniekonderwijs LIVE

Bekijk alle webinars in de serie Sterk Techniekonderwijs LIVE terug, of bekijk de meest recente webinar hiernaast.

Bekijk alle webinars

Recente veelgestelde vragen

  • 1 januari 2024 start de structurele fase van STO. Hoe gaat deze eruit zien?

    Het antwoord op deze vraag is nog niet te geven. Wel wordt er al over nagedacht. OCW heeft verschillende partijen gevraagd haar advies te geven. Partijen als de Federatie Techniek en Vakmanschap, de beoordelingscommissie en de projectleiding van de landelijke ondersteuning.

    Vragen als: ‘Moet er een regio-indeling blijven en moet deze indeling blijven zoals hij is?’, ‘Hoe moet de toegezegde 100 miljoen per jaar verdeeld worden?’, ‘Moet er ondersteuning blijven?’, ‘Hoe moet de financiering geregeld worden?’, ‘Moet de cofinanciering gehandhaafd blijven?’, komen bij het denken over de structurele fase aan de orde.

    Begin 2022 verwacht OCW een advies van de genoemde partijen. Beloofd is dat er in 2022 een beslissing genomen wordt over de structurele fase en dat deze ook gecommuniceerd wordt naar de regio’s.

  • Voor 1 november is de voortgangsrapportage ingediend. Wanneer ontvangt de penvoerder hier een reactie op?

    In het eerste kwartaal van 2022 ontvangen de regio’s een inhoudelijke reactie op de voortgangsrapportage.

  • Over welke periode moet de voortgangsrapportage gaan? Van 1 januari 2020 tot 1 juli of 1 augustus 2021?

    U moet in de voortgangsrapportage de stand van zaken in uw STO regio weergeven tot 1 juli 2021. Per abuis heeft in de eerste versie van het rapportageformulier 1 augustus gestaan. Dat is onjuist en hersteld. De rapportage gaat over de periode 1 januari 2020 tot 1 juli 2021. De voortgangsrapportage moet uiterlijk 1 november bij DUS-I ingeleverd zijn.

  • De voortgangsrapportage moet voor 1 november ingediend worden. Hoe moet deze verstuurd worden?

    U kunt nu al de voortgangsrapportage opstellen aan de hand van het op de website gepubliceerde format. Daarbij moet in ieder geval worden teruggekoppeld over de verplichtingen die in de beschikking zijn meegegeven. Alle penvoerders van de STO-regio’s ontvangen binnenkort een persoonlijke link naar een online omgeving waar het ingevulde format voor de voortgangsrapportage met de gevraagde bijlagen geüpload kan worden.

  • Hoe kan een regio er voor zorgen dat lessen op de basisschool ook na het aflopen van de STO-plannen in 2023 gegeven kunnen worden?

    In het regeerakkoord van 2017 is afgesproken dat er structureel 100 miljoen per jaar beschikbaar komt voor het stimuleren van techniekonderwijs in de regio. Minister Slob heeft dit bij de kick-off van Sterk Techniekonderwijs nog eens bevestigd: het gaat om structureel geld dat ook beschikbaar blijft na afloopt van de transitiefase, na 2023.
    Door steeds maar om bevestiging te vragen of deze belofte echt wordt nagekomen wordt er twijfel gezaaid en kan de politiek op het idee worden gebracht terug te komen op de toezegging.
    Het gaat om structureel geld! Dat ook na 2023 voor techniekonderwijs beschikbaar is! Lessen techniek op de basisschool kunnen dus ook in 2024, 2025 en de jaren daarna gegeven worden.

  • Mogen partnerscholen zelf bijdragen aan STO in het kader van cofinanciering?

    De voorwaarde in de subsidieregeling STO vmbo t.a.v. de cofinanciering van de projectpartners is hierin heel duidelijk. Uitsluitend de bijdrage van het bedrijfsleven kan worden ingezet als cofinanciering! Dus niet van de andere projectpartners (lees scholen). Het bedrijfsleven dat bijdraagt in de cofinanciering moet ook deelnemen als projectpartner binnen het samenwerkingsverband. Hierbij geldt dat de cofinanciering (minimaal 10%) ontvangen en/of gerealiseerd moet zijn binnen de projectperiode (2020-2023).