Veelgestelde vragen

FAQ

U vindt op deze pagina veelgestelde vragen over Sterk Techniekonderwijs. Antwoorden op deze vragen worden afgestemd met het ministerie van OCW en DUS-I. De vragen worden regelmatig aangevuld.

Zoek uw vraag naar keuze

Laden...
Er zijn geen veelgestelde vragen die voldoen aan de ingestelde filters.
Selecteer een filter

Meest recente vragen

  • Over welke periode moet de voortgangsrapportage gaan? Van 1 januari 2020 tot 1 juli of 1 augustus 2021?

    U moet in de voortgangsrapportage de stand van zaken in uw STO regio weergeven tot 1 juli 2021. Per abuis heeft in de eerste versie van het rapportageformulier 1 augustus gestaan. Dat is onjuist en hersteld. De rapportage gaat over de periode 1 januari 2020 tot 1 juli 2021. De voortgangsrapportage moet uiterlijk 1 november bij DUS-I ingeleverd zijn.

  • De voortgangsrapportage moet voor 1 november ingediend worden. Hoe moet deze verstuurd worden?

    U kunt nu al de voortgangsrapportage opstellen aan de hand van het op de website gepubliceerde format. Daarbij moet in ieder geval worden teruggekoppeld over de verplichtingen die in de beschikking zijn meegegeven. Alle penvoerders van de STO-regio’s ontvangen binnenkort een persoonlijke link naar een online omgeving waar het ingevulde format voor de voortgangsrapportage met de gevraagde bijlagen geüpload kan worden.

  • Hoe kan een regio er voor zorgen dat lessen op de basisschool ook na het aflopen van de STO-plannen in 2023 gegeven kunnen worden?

    In het regeerakkoord van 2017 is afgesproken dat er structureel 100 miljoen per jaar beschikbaar komt voor het stimuleren van techniekonderwijs in de regio. Minister Slob heeft dit bij de kick-off van Sterk Techniekonderwijs nog eens bevestigd: het gaat om structureel geld dat ook beschikbaar blijft na afloopt van de transitiefase, na 2023.
    Door steeds maar om bevestiging te vragen of deze belofte echt wordt nagekomen wordt er twijfel gezaaid en kan de politiek op het idee worden gebracht terug te komen op de toezegging.
    Het gaat om structureel geld! Dat ook na 2023 voor techniekonderwijs beschikbaar is! Lessen techniek op de basisschool kunnen dus ook in 2024, 2025 en de jaren daarna gegeven worden.

  • Mogen partnerscholen zelf bijdragen aan STO in het kader van cofinanciering?

    De voorwaarde in de subsidieregeling STO vmbo t.a.v. de cofinanciering van de projectpartners is hierin heel duidelijk. Uitsluitend de bijdrage van het bedrijfsleven kan worden ingezet als cofinanciering! Dus niet van de andere projectpartners (lees scholen). Het bedrijfsleven dat bijdraagt in de cofinanciering moet ook deelnemen als projectpartner binnen het samenwerkingsverband. Hierbij geldt dat de cofinanciering (minimaal 10%) ontvangen en/of gerealiseerd moet zijn binnen de projectperiode (2020-2023).

  • Kunnen bedrijven die garant staan voor cofinanciering deze geleverde cofinanciering meenemen in hun eigen jaarrekening als gemaakte kosten?

    Ja, kosten van geleverde cofinanciering mogen meegenomen worden in de jaarrekening. Maar dit gebeurt toch al in de reguliere jaarrekeningsystematiek en mag in elk geval niet dubbel. Even uitgaande van geleverde cofinanciering in uren, dat komt het meest voor. De salariskosten van de medewerkers van een bedrijf komen al terug in de verlies- en winstrekening van een bedrijf. Dit is per definitie al het geval. Hierin zijn inbegrepen de salariskosten van de geleverde ureninzet t.b.v. STO. Een bedrijf mag niet nog eens een separate post ‘cofinanciering’ opvoeren in zijn jaarrekening. Dat zou dubbel op zijn, immers die medewerker zit al in de personele lasten van het bedrijf.

Staat uw vraag er toch niet bij? Stel dan uw vraag door het invullen van onderstaand formulier.

Contactformulier