Formats

Handige en behulpzame documenten die scholen kunnen helpen om het gesprek te voeren in de regio.

Formats voor aanvraag subsidieregeling 2020-2023

Van 1 tot en met 31 maart 2019 kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van plannen voor goed, actueel en innovatief techniekonderwijs. Deze aanvraag wordt gedaan door een penvoerder die optreedt namens een regio. Een regio bestaat tenminste uit twee vmbo-scholen, één mbo-instelling, bedrijven en/of lokale overheden. Verplicht onderdeel van de aanvraag zijn een regiovisie, een activiteitenplan en een begroting. Gebruik hiervoor de formats.

Online aanvraagformulier

Tips voor het maken van plannen

Nuttige en toepasbare tips die u kunt gebruiken bij het maken van de plannen voor Sterk Techniekonderwijs. Deze tips zijn opgetekend tijdens de verdiepingsbijeenkomst subsidieaanvraag STO op 10 december 2018.

Uitgangspunten voor een Regioplan

Een geanonimiseerd voorbeeld van afspraken die in een regio gemaakt zijn tussen alle vmbo-scholen in de regio.

Veelgestelde vragen: begroting

  • Hoe concreet moet de begroting zijn?

    De begroting over de jaren 2020 en 2021 moet concreet zijn en aansluiten op de activiteitenplanning. De begroting voor de jaren 2022 en 2023 mag globaler zijn.

  • Hoe moet de meerjarenbegroting voor de aanvraag Sterk Techniekonderwijs worden opgesteld?

    In de meerjarenbegroting worden de te verwachten kosten, de bijbehorende activiteiten, het aangevraagde subsidiebedrag en de cofinanciering evenwichtig en voor een periode van 4 jaar inzichtelijk gemaakt. Voor de eerste twee jaar (tot en met 2021) moet die specifiek zijn, voor de laatste twee jaar (voor 2022 en 2023) mag dat globaler in kaart worden gebracht en later worden bijgesteld.
    Op de website www.dus-i.nl is een format voor een meerjarenbegroting te vinden.

    Zorg voor een goede toelichting.
    Essentieel is dat u alle kosten (door middel van een prijs maal hoeveelheid, PxQ) onderbouwd, inzichtelijk maakt hoe de middelen over de betrokken partijen worden verdeeld en dat de begroting een financiële vertaling is van het activiteitenplan.

    In de begroting dient u de volgende kostenposten afzonderlijk op te nemen:

    • Loonkosten van de verschillende partijen in het samenwerkingsverband, zoals scholen, bedrijven en eventuele lagere overheden.
    • Kosten voor (verbruiks)materialen, zoals bijvoorbeeld specifiek ontwikkeld educatief materiaal en kosten voor communicatie en promotie van de partners zelf. Deze dienen te worden gespecificeerd en toegelicht.
    • (Afschrijvings)kosten voor machines, apparatuur en dergelijke.
      Geef ter toelichting een omschrijving van deze apparatuur, de aanschafwaarde en -datum, de afschrijftermijn en het aantal uren, dagdelen of gebruikspercentage dat deze apparatuur daadwerkelijk in de subsidieperiode voor het project wordt ingezet. Let op: enkel de kosten voor afschrijving gedurende de subsidieperiode is subsidiabel en dus niet de investering zelf. Hierbij dient u rekening te houden met de door de belastingdienst geaccepteerde termijnen.
      Bij deze kostenpost kunt u ook eventuele kosten opvoeren voor het faciliteren van specifiek in te richten bedrijfsruimtes/locaties.
    • Kosten voor de inzet van derden, waarbij expliciet moet worden verklaard, waarom er wordt ingehuurd. In de regeling is aangeven dat u deze externe kosten zo veel mogelijk moet beperken. Een goede toelichting is hierbij van belang.
    • Kosten voor overhead. Deze kosten dient u zo laag mogelijk te houden, zodat zoveel mogelijk van de subsidie ten goede komt aan de doelstelling van de regeling
    • Toon aan dat de omvang van het aangevraagde subsidiebedrag in verhouding staat tot het potentieel aantal leerlingen dat technisch of technologisch onderwijs gaat volgen.
  • Hoe moeten we om gaan met arbeidscontracten (bijvoorbeeld om hybride docenten iets structureel te kunnen bieden) tegen de achtergrond van de bedoeling dat de techniekmiddelen structureel worden?

    Dit is een interne zaak van het bevoegd gezag. Zij gaan een arbeidsovereenkomst aan met een docent en moet zelf kijken of ze structurele ruimte hebben of te zijner tijd beschikbaar willen stellen.

  • Hoeveel geld is beschikbaar voor techniekregio’s?

    € 15.895,- per leerling voor 4 jaar (BB en KB) en € 7.947,50 voor GL-leerlingen (bovenbouw leerlingen). In tegenstelling tot eerdere berichten wordt er geen onderscheid gemaakt tussen verschillende techniekprofielen. Dit bedrag wordt in 4 jaar uitbetaald, de eerste betaling is in het eerste kwartaal van 2020.
    Voor lso-leerlingen die een vmbo techniekprofiel volgen zijn dezelfde bedragen beschikbaar. Deze leerlingen worden niet automatisch meegenomen in de regieportretten.

  • In het beoordelingskader van de regeling is aangegeven dat de overheadkosten zo laag mogelijk moeten worden gehouden. Wat wordt onder overheadskosten verstaan?

    Overheadkosten zijn indirecte kosten (ook wel indirecte bureaukosten genoemd) die het mogelijk maken dat activiteiten kunnen worden uitgevoerd. Hierbij kan gedacht worden aan huisvesting, kantoorautomatisering, administratie/archief, reiskosten, opleiding, koffie/thee en secretariële ondersteuning. Deze indirecte kosten moeten zo laag mogelijk worden gehouden.

Veelgestelde vragen: activiteitenplan

  • Een activiteit mag niet twee keer gesubsidieerd worden. Mag de subsidie wel aanvullend zijn?

    Ja dat mag. Er mag niet twee keer voor eenzelfde activiteit subsidie gevraagd worden (DUS-I gaat na of dat het geval is), maar activiteiten die al worden gesubsidieerd, mogen wel worden aangevuld. Beschrijf goed voor welke activiteit welke subsidie ontvangen wordt en voor welke aanvulling in het kader van Sterk techniekonderwijs subsidie gevraagd wordt.

  • Is er een overzicht van Rif-aanvragen?

  • Komen activiteiten uit het verleden voor subsidie in aanmerking?

    Nee. In 2018 en 2019 kunt u met de extra ontvangen bekostiging wel met terugwerkende kracht investeringen betalen (al moet dit binnen de perken blijven). Een lokaal dat bijvoorbeeld in 2010 gemoderniseerd is, kan niet met de verkregen bekostiging betaald worden.

    Met het subsidiebedrag dat u aanvraagt voor de periode 2020-2023 kunt u alleen activiteiten die nog plaats moeten vinden financieren.

  • Onze school wil geld van Sterk Techniekonderwijs inzetten voor docenten in het Technasium, mag dat?

    Nee. Het geld van Sterk Techniekonderwijs is bedoeld voor activiteiten in po, vmbo en mbo, niet voor activiteiten in havo en vwo.

  • Wat als een activiteit is gepland, maar mislukt? Moet er dan geld worden teruggestort?

    Er moet onderscheid worden gemaakt tussen een activiteit die niet wordt uitgevoerd en een activiteit die mislukt. In de aanvraag worden doelen en activiteiten gesteld. De subsidiegever gaat ervan uit dat deze worden uitgevoerd.
    Op het moment dat activiteiten niet worden uitgevoerd geldt de meldplicht. Op basis van het wijzigingsvoorstel kan een wijziging tussentijds worden goedgekeurd. Bij de financiële verantwoording aan het einde van de subsidieperiode wordt gekeken of alle activiteiten (en/of wijzingen) zijn uitgevoerd. De subsidie kan lager worden vastgesteld als activiteiten niet of niet geheel zijn uitgevoerd.
    Als een activiteit mislukt dan zijn er wel kosten gemaakt. Deze kunnen opgevoerd worden in de verantwoording.