26 oktober 2018

Regio’s in Sterk Techniekonderwijs

Antwoord op uw vragen rond regiovorming

Na acht provinciale bijeenkomsten in het kader van Sterk Techniekonderwijs worden regelmatig vragen gesteld rond de regiovorming: groot – klein; provinciaal – regionaal; techniekrijk – techniekarm: er moeten keuzes gemaakt worden.

Uitgangspunt bij het maken van die keuzes is: een regio is een logisch geografisch afgebakend gebied waarin scholen samenwerken aan een dekkend, toekomstbestendig en doelmatig techniekaanbod.

  • Logisch geografisch afgebakend gebied: geheel van steden en dorpen waarin leerlingen van voortgezet onderwijs gebruik maken. Alle vmbo-scholen die in dit gebied vallen moeten als zij dat willen, betrokken worden bij de regioplannen. Het gaat om vmbo- en vso-scholen die één of meer technische profielen bieden en overige vmbo-scholen die aantoonbaar technisch of technologisch onderwijs bieden. Daarnaast mogen alle overige vmbo-scholen (maar ook bijvoorbeeld scholen voor praktijkonderwijs) die aan de slag willen met techniek zich ook bij een regionaal plan aansluiten. Scholen mét en zonder techniekaanbod kunnen dus samen een regio vormen. Omdat het doel van de techniekmiddelen is om te komen tot een dekkend, toekomstbestendig en doelmatig techniekaanbod moet de regio wel groot genoeg zijn om goede afwegingen te maken. Ook ligt het niet voor de hand dat twee scholen die dicht bij elkaar staan aan twee verschillende regio’s deelnemen.
    Na de vooraanmelding wordt gekeken of er logische regio’s zijn gevormd. Als scholen zich met een kleine regio hebben aangemeld terwijl ze deel uitmaken van een groter en logischer geografisch geheel, wordt er contact met hen opgenomen. Doel is dan om te komen tot een grotere regio/één aanvraag uit het grotere geografische gebied.
  • Samenwerken: in een regio werken alle vmbo-scholen samen. Elke vmbo-vestiging met een 6-cijferig brinnummer wordt als aparte school gezien.
  • Dekkend, doelmatig en toekomstbestendig aanbod. Het gaat niet alleen en niet automatisch om het behouden wat er is. Een regio moet het onderwijs innovatief maken en het aanbod afstemmen op de vraag van de regio. Daarbij spelen mbo en regionaal bedrijfsleven een grote rol. In Utrecht heeft het bijv. weinig zin het beroepsgerichte keuzevak ‘Aardbevingbestendig bouwen’ op alle vmbo-scholen aan te bieden.
  • Geen overlap: een dezelfde vmbo-school kan niet in twee verschillende regio’s meedoen aan een techniekplan. Bedrijven en mbo-instellingen kunnen dat wel.
  • Bedrijven: alle organisaties die ‘werk maken’ en waar techniek te vinden is, dus ook woningbouwverenigingen, ziekenhuizen, welzijnsinstellingen, enz.

Moeten en willen

Alle vmbo-scholen in de regio die aantoonbaar technisch of technologisch onderwijs verzorgen, moeten (als zij dat willen) betrokken worden bij het ontwikkelen van plannen. Alle vmbo-scholen zijn vmbo-scholen met of zonder technische profielen, TL-scholen of VSO-scholen. Daarnaast kunnen ook PO- en PRO-scholen deelnemen. Alle deelnemers hebben tot doel techniek in de regio te stimuleren. Gestimuleerd wordt alle vmbo-scholen in de regio (dus ook die, die niet aantoonbaar technisch of technologisch onderwijs verzorgen) te consulteren bij het maken van de plannen.

Bekostiging

Regio’s kunnen subsidie krijgen op basis van het aantal bb-, kb- en gl-leerlingen dat op 1 oktober 2018 was ingeschreven in leerjaar 3 en 4 van een van de technische profielen (BWI, PIE, M&T, MaT en MVI).

De subsidie die verkregen wordt, moet besteed worden aan stimuleren van techniek in de regio. Dat kan techniek zijn in een technisch profiel, maar ook in een ander profiel (bijvoorbeeld Z&W, Groen, D&P), in de TL en/of in het basisonderwijs. De subsidie is niet bedoeld voor het stimuleren van techniek in de havo en het vwo.

Techniekarm

Een regio is techniekarm als minder dan 10% van de leerlingen in klas 3 en 4 van de beroepsgerichte leerwegen van de vmbo’s in de regio staan ingeschreven in een van de vijf techniekprofielen. Techniekarme regio’s MOETEN zich voor 1 november 2018 melden bij DUS-I. Geen melding = geen subsidie.

Stappen:

  1. Vorm een regio
  2. Maak afspraken over de verdeling van de subsidie
  3. Maak afspraken over de organisatie (wie neemt welke rol)
  4. Maak plannen

Maak afspraken over de verdeling van de subsidie

Techniekregio’s kunnen uitrekenen hoeveel subsidie ze ontvangen: het aantal ingeschreven leerlingen in een technisch profiel in leerjaar 3 en 4 x bedrag per leerling.
Als het regioplan goedgekeurd wordt, wordt de subsidie beschikbaar gesteld.
Regio’s kunnen voor de start van het maken van plannen afspreken welk percentage van de subsidie besteed wordt aan de techniekprofielen en welk percentage beschikbaar is voor andere activiteiten die tot doel hebben techniek in de regio te bevorderen. Dat geeft richting aan plannen en voorkomt gedoe om financiën aan het eind.

Zie voor de volledigheid de artikelen 2.1 en 3.1. van de subsidieregeling. Zie ook de betreffende passages in de toelichting op die regeling (paragraaf 1.1. en 1.2.).

Voorbeeld

In een regio wordt afgesproken dat 75% van de subsidie beschikbaar is voor de techniekprofielen die in de regio worden aangeboden. Van dit geld worden materialen en middelen gekocht, kunnen, in verband met de veiligheid, extra docenten of instructeurs worden ingezet, kunnen docenten geschoold worden, enz.

Alle scholen in de regio die aantoonbaar met techniek bezig zijn krijgen de beschikking voor 25% van het geld. Het profiel Groen kan daardoor extra investeringen doen, de keuzevakken techniek bij D&P worden uitgebreid en er is geld voor een domoticabord voor Z&W.

In de regio wordt afgesproken dat alle scholen die niet aantoonbaar aan techniek doen, maar techniek wel willen stimuleren gebruik kunnen maken van het technieklokaal van een vmbo-school met techniek. Deze school stelt daarbij een docent (gratis) beschikbaar. Zo kunnen alle leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool kennismaken met techniek en kunnen leerlingen uit de TL techniekopdrachten uitvoeren in het kader van bijv. T&T.