Heeft u een vraag? Ik kan u helpen!
U vindt op deze pagina beleidsstukken die relevant zijn voor het programma Sterk Techniekonderwijs.
Staatssecretaris Becking van OCW heeft de Tweede Kamer op 11 februari 2026 geïnformeerd over de voortgang van het programma Sterk Techniekonderwijs (STO) in het vmbo. Bij de Kamerbrief is het rapport Bouwen aan de basis: Resultaten en reflecties op vier jaar Sterk Techniekonderwijs (STO) meegestuurd.
Lees de KamerbriefBesluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 september 2024, nr. OVO/42902029, houdende instelling van de adviescommissie techniek- en technologieonderwijs in het funderend onderwijs voor de periode 2024 tot en met 2030.
Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 27 maart 2024, nr. OVO/43595480, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor techniekonderwijs in het vmbo (Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028). Deze regeling treedt in werking met ingang van 3 april 2024 en vervalt met ingang van 30 maart 2029.
Meer informatie op www.dus-i.nlBij de subsidieregeling is ook de Kamerbrief Voortgang Sterk Techniekonderwijs bijgevoegd. Daarin schrijft het ministerie van OCW over de periode 2025-2029 van drie aandachtspunten voor de nieuwe subsidieperiode: een brede scope, behouden van de cofinanciering en het betrekken van het PO wordt verplicht gesteld. Daarnaast geeft het ministerie aan snel van start te willen, scholen snel duidelijkheid te geven en in januari 2025 de regio’s snel met de uitvoering te laten starten. Daarom kunnen op 1 juni 2024 de STO-regio’s een vooraanmelding doen en op 1 oktober de nieuwe plannen op hoofdlijnen indienen.
Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media Onderwijs over de verstrekking van subsidie voor de versterking van techniekonderwijs in het vmbo en mbo (Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2023). Geldend van 20-07-2023 t/m heden. Regeling vervalt per 01-01-2025.
Op woensdag 19 juli 2023 is de wijzigingsregeling van de subsidieregeling Sterk Techniekonderwijs 2020-2023 officieel gepubliceerd in de Staatscourant. Hierdoor wordt het mogelijk om subsidie aan te vragen voor het kalenderjaar 2024. De wijzigingsregeling zorgt ervoor dat opnieuw € 100 miljoen wordt verdeeld over de verschillende STO-regio’s.
Dinsdag 16 mei 2023 heeft Minister Wiersma de lang verwachte STO-brief naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin ontvouwt hij zijn plannen voor STO.
Bijlagen:
Op 7 juli 2022 verstuurde Dennis Wiersma, de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, een brief naar de penvoerders van de STO-regio’s over de voortzetting van het programma vanaf 2024 en verlaging van het totaal percentage cofinanciering.
Minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media) heeft op 18 oktober 2021 het 1e monitoringsrapport over het programma Sterk Techniekonderwijs (STO) naar de Tweede Kamer gestuurd. Hij informeert de Kamer over de belangrijkste ontwikkelingen. De bijlage daarbij gaat over monitorgegevens en voortgang in het 1e jaar van het programma Sterk Techniekonderwijs (STO).
Download de KamerbriefDe subsidieregeling Sterk Techniekonderwijs 2020-2023 wordt op enkele punten aangepast. Over deze aanpassingen heeft minister Slob op 20 mei 2021 de penvoerders en STO regio’s per brief geïnformeerd.
Bij het bepalen van de periode waarover een investering wordt aangeschaft, gelden de volgende regels:
Meer informatie leest u in de handreiking projectadministratie: https://www.sterktechniekonderwijs.nl/inspiratie/projectadministratie-en-formats/
Bij de start van STO is regio’s geadviseerd een uurtarief van €50,- per uur te hanteren voor interne loonkosten. In de nieuwe onderwijs CAO (medio 2023) is de gemiddelde personeelslast (GPL) gestegen naar een uurtarief van maximaal €60,- per uur. Deze verhoging kan daarmee ook pas worden toegepast op uren die gemaakt zijn na de ingang van de nieuwe CAO. De richtlijn voor kosten voor externe inhuur in 2024 is een uurtarief van maximaal €135,- per uur. Het hanteren van een hoger uurtarief leidt niet tot een aanpassing van de subsidie. Het maximaal beschikbare bedrag voor de regio’s blijft gelijk.
Info van DUS-I, opgenomen in het format van begroting 2025-2028
Voor de berekening van de personeelskosten wordt onderscheid gemaakt tussen interne en externe personeelskosten. Voor intern personeel wordt een uurtarief gehanteerd conform de meest recent geraamde GPL. Op 1 maart 2024 is dit 63 euro per uur. Voor extern personeel mag een integraal tarief worden gehanteerd van maximaal € 135,- per uur (inclusief BTW). Loonkosten van bedrijven zijn niet subsidiabel, maar kunnen wel meetellen als cofinanciering in het overzicht ‘financiering’. Bij deze berekening wordt de hoogte van het uurloon gelijk gemaakt met het tarief voor intern personeel.
Ja, in Artikel 1.10. van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2023 staat dat niet-bestede middelen worden teruggevorderd aan het einde van de huidige subsidieregeling. U kunt echter wel gebruik maken van de middelen in de verlengingsperiode. De middelen moeten voor 31 december 2024 besteed zijn. Budget dat eind 2023 over is mag besteed worden in 2024.
Dit komt voort uit het feit dat het programma Sterk Techniekonderwijs een activiteitensubsidie voor een afgebakende subsidieperiode betreft en geen investeringssubsidie. Voorts schrijft de Comptabiliteitswet en de Kaderwet OCW subsidies als afgeleide daarvan voor, dat kosten van roerende zaken alleen op basis van afschrijving kunnen worden opgevoerd.
Elke regio kan een beroep doen op een ondersteuner. Per regio zijn er een aantal dagen (gratis) ondersteuning beschikbaar. Wilt u weten wie er vanuit STO als ondersteuner beschikbaar zijn kijk dan op de site.
PAS OP: er bezoeken mensen scholen die zich ‘consulent STO’ noemen, zij horen niet tot het ondersteuningsteam van STO. Uiteraard mag u van hun diensten gebruik maken, maar u moet dan wel zelf de rekening daarvoor betalen.
Nee dat mag niet! Dat klinkt duidelijk maar is iets genuanceerder. Met behulp van STO-middelen mogen geen materialen, gereedschappen en machines worden aangeschaft die alleen worden gebruikt voor het havo en vwo. Ook mag er geen lesmateriaal exclusief voor deze groep ontwikkeld worden of docenten aangesteld worden die in havo/vwo werken. Wel mogen havo- en vwo-leerlingen gebruik maken van vmbo-faciliteiten of vmbo-keuzevakken volgen. Het eventueel aanpassen van opdrachten mag weer niet met STO-geld gedaan worden. Maar bijvoorbeeld de drone die voor het vmbo is aangeschaft, mag wel door havo- en vwo-leerlingen gebruikt worden.
In 2025 komt er een nieuwe subsidieregeling ‘Techkwadraat’, deze regeling is ook bedoeld voor havo en vwo, voor meer informatie zie: https://www.techkwadraat.nl/
Voor intern personeel wordt een uurtarief gehanteerd conform de meest recent geraamde GPL (gemiddelde personeelslast). Daarbij wordt gerefereerd aan de CAO VO 2024/2025 met een GPL van € 66,-. Dit is een gemiddeld tarief voor het berekenen en verantwoorden voor loonkosten. Dit tarief mag vanaf 1 januari 2027 gehanteerd worden; dus voor het nieuw in te dienen activiteitenplan van 2027 en 2028. Het totaal beschikbare budget voor de regio verandert niet. Het hanteren van een hoger uurtarief resulteert daarmee in minder beschikbare uren.
Ja, uren die worden gemaakt voor het regelen van technische stages, aanbieden van stageplekken en de begeleiding is op te voeren als cofinancieringsactiviteit. Binnen het vmbo zijn stages altijd extra curriculair, met uitzondering van leerwerk-trajecten. Kijk op de website van DUS-I of in de handreiking subsidiabele kosten.
Ja, er wordt uitgegaan van het budget dat beschikt is n.a.v. het plan op hoofdlijnen, dus het totaal over 4 jaar. De regio’s mogen de kosten gelijk over de jaren verdelen, maar de kosten mogen ook per jaar verschillen.
Bij het bepalen van de periode waarover een investering wordt aangeschaft, gelden de volgende regels:
Meer informatie leest u in de handreiking projectadministratie: https://www.sterktechniekonderwijs.nl/inspiratie/projectadministratie-en-formats/
De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 10 jaren na de vaststelling bewaard. Dit betekent dat er een bewaarplicht geldt tot ten minste 31 december 2039.
Voor intern personeel wordt een uurtarief gehanteerd conform de meest recent geraamde GPL (gemiddelde personeelslast). Daarbij wordt gerefereerd aan de CAO VO 2024/2025 met een GPL van € 66,-. Dit is een gemiddeld tarief voor het berekenen en verantwoorden voor loonkosten. Dit tarief mag vanaf 1 januari 2027 gehanteerd worden; dus voor het nieuw in te dienen activiteitenplan van 2027 en 2028. Het totaal beschikbare budget voor de regio verandert niet. Het hanteren van een hoger uurtarief resulteert daarmee in minder beschikbare uren.
Ja, uren die worden gemaakt voor het regelen van technische stages, aanbieden van stageplekken en de begeleiding is op te voeren als cofinancieringsactiviteit. Binnen het vmbo zijn stages altijd extra curriculair, met uitzondering van leerwerk-trajecten. Kijk op de website van DUS-I of in de handreiking subsidiabele kosten.
Ja, er wordt uitgegaan van het budget dat beschikt is n.a.v. het plan op hoofdlijnen, dus het totaal over 4 jaar. De regio’s mogen de kosten gelijk over de jaren verdelen, maar de kosten mogen ook per jaar verschillen.
Bij het bepalen van de periode waarover een investering wordt aangeschaft, gelden de volgende regels:
Meer informatie leest u in de handreiking projectadministratie: https://www.sterktechniekonderwijs.nl/inspiratie/projectadministratie-en-formats/
De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 10 jaren na de vaststelling bewaard. Dit betekent dat er een bewaarplicht geldt tot ten minste 31 december 2039.