Veelgestelde vragen

FAQ

U vindt op deze pagina veelgestelde vragen over Sterk Techniekonderwijs. Deze vragen worden in de loop van de tijd opgebouwd.

Aanloopfase (2018-2019)

Veelgestelde vragen over de aanloopfase.

Wie krijgt aanvullende bekostiging?

  • Op basis van welke leerlingaantallen krijgen scholen geld in 2018?

    In augustus 2018 krijgen scholen € 1500,- per leerling in de profielen BWI, PIE en M&T. Dit bedrag wordt uitgekeerd op basis van de leerlingaantallen in deze profielen op 1 oktober 2017. Voor GL-leerlingen in deze profielen krijgt de school € 750,- per leerling.

  • Op basis van welke leerlingaantallen krijgen scholen geld in 2019?

    Begin 2019 krijgen scholen € 3000,- per leerling in de profielen BWI, PIE en M&T. Dit bedrag wordt uitgekeerd op basis van de leerlingaantallen in deze profielen op 1 oktober 2018. Voor GL-leerlingen in deze profielen krijgt de school € 1500,- per leerling. Eerst wordt beschikt op basis van de voorlopige tellingen, en die wordt later bijgesteld op basis van de definitieve telling.

  • Wij gaan in 2018 over van technische profielen naar D&P. Krijgen wij geld?

    Voor D&P krijgen scholen in 2018 en 2019 geen geld. Als een school op 1-10-2017 nog een van de harde technische profielen aanbood, krijgen ze op basis van deze leerlingen in 2018 wel € 1500,- per leerling.

  • Wij bieden in 2017-2018 voor het laatst de oude afdelingsprogramma’s aan. Krijgen wij ook geld per leerling?

    Ja, de oude afdelingsprogramma’s die betrekking hadden op ‘harde techniek’ krijgen evenveel geld per leerling als de profielen BWI, PIE en M&T. Het gaat dan om de afdelingsprogramma’s: Bouwtechniek breed, Bouwtechniek timmeren, Bouwtechniek metselen, Bouwtechniek schilderen, Bouwtechniek fijnhoutbewerking, Transport en logistiek, Voertuigentechniek, Metaaltechniek, Elektrotechniek, Installatietechniek, Metalektro, Instalektro en Techniek breed. Ook voor leerlingen die in 2018-2019 gebruik maken van de bezemregeling is het budget beschikbaar.

  • Wij bieden de vakmanschaproute aan. Krijgen wij ook geld per leerling?

    Ja, scholen die vakmanschaproutes techniek aanbieden, in de ‘harde techniek’ krijgen per leerling evenveel geld als de profielen BWI, PIE en M&T.

  • Krijgen VSO-scholen ook geld voor leerlingen die een technisch profiel volgen?

    In de aanloopfase krijgen VSO-scholen geen geld voor leerlingen die een technisch profiel volgen. In de transitiefase tellen deze leerlingen wel mee voor het vaststellen van het maximaal aan te vragen budget in de regio.

  • In 2018 en 2019 wordt er aanvullende bekostiging toegekend op basis van het aantal leerlingen in de ‘harde technische profielen’. Vallen hier ook de ‘harde technische beroepsgericht keuzevakken’ onder?

    Nee. De beroepsgerichte keuzevakken tellen bij het bepalen van het aantal leerlingen waarvoor aanvullende bekostiging wordt ontvangen niet mee.

  • Op welke manier moeten besturen de gelden van de gelden (€ 1.500,- / € 3.000,-) die, aan de scholen met de harde technische profielen, worden overgemaakt verantwoorden?

    In 2018 en 2019 ontvangen alle scholen met een technisch profiel (PIE, BWI en/of M&T), extra geld om te investeren in het techniekonderwijs. Deze gelden worden, op basis van het aantal leerlingen in de technisch profielen, automatisch overgemaakt door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). De scholen hoeven hiervoor niets te doen.

    De verantwoording vindt plaats conform artikel 8 van de regeling en geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs onderscheidenlijk de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

    De ontvanger van de bekostiging toont aan de hand van een toelichting in het jaarverslag aan dat de activiteiten waarvoor de aanvullende bekostiging is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de aanvullende bekostiging zijn verbonden, mits daarmee wordt voldaan aan de eisen die aan een activiteitenverslag worden gesteld.

  • In de kalenderjaren 2018 en 2019 zijn er middelen ter beschikking voor de bekostiging van het technisch vmbo. In de regeling in de Staatcourant van 20 juni staat dat er teldata zijn waarop het aantal leerlingen in de technische profielen wordt vastgesteld, en dat de scholen op basis daarvan de bekostiging krijgen. Moeten wij, als school, die leerlingen ergens voor een bepaalde deadline opgeven of krijgt DUS-I die gegevens uit andere bron?

    In 2018 en 2019 ontvangen alle scholen met een technisch profiel, extra geld om te investeren in het techniekonderwijs. Deze gelden worden, op basis van het aantal leerlingen in de technisch profielen, automatisch overgemaakt door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). De scholen hoeven hiervoor niet te doen.

  • Er komt nu geld beschikbaar voor techniek, maar ook in de zorg, de horeca en andere branches is behoefte aan meer personeel. Komen er voor deze branches ook soortgelijke initiatieven?

    Op dit moment zijn er geen plannen voor het extra stimuleren van initiatieven in andere branches dan de techniek.

  • In de subsidieregeling rond Sterk Techniekonderwijs staat dat er ook subsidie beschikbaar is voor bijscholing (9 miljoen). Geldt deze subsidie ook voor de bevoegdheidstrajecten PIE en hoe kan deze aangevraagd worden?

    Via de subsidie ‘korte scholingstrajecten VO’ kan voor PIE-docenten voor maximaal drie modules (van ieder € 6000,-) subsidie aangevraagd worden. Deze maximaal € 18.000,- per docent zit niet in de middelen die vanuit DUO aan de scholen zijn overgemaakt in het kader van Sterk Techniekonderwijs, maar moeten apart aangevraagd worden. Op de website van DUO kunt u meer informatie vinden (inclusief het aanvraagformulier). Ook op de site van het Platform PIE, vindt u meer informatie. Verder biedt SPV in het kader van bijscholing vmbo cursussen en trainingen aan op de website van Bijscholing VMBO.

  • Ons bevoegd gezag heeft geld gekregen voor techniekleerlingen, maar wil dit geld niet beschikbaar stellen voor de technische profielen omdat ze zeggen dat ze de afgelopen jaren al veel in deze profielen geïnvesteerd hebben. Mag dat?

    De besteding van de techniekgelden 2018 en 2019 is een schoolinterne zaak. De gelden moeten ten goede komen aan techniek, maar mogen ook gebruikt worden om eerder gedane investeringen te betalen c.q. de reserves waaruit deze investeringen zijn gedaan weer aan te vullen. In het jaarverslag moet verantwoord worden waar het geld aan is besteed. De MR moet goedkeuring geven aan dit jaarverslag en kan vragen stellen over de besteding van de techniekgelden.

Hoeveel aanvullende bekostiging krijgen we?

  • Moet een school het geld voor technisch onderwijs in 2018 en 2019 aanvragen?

    Nee, u hoeft niets te doen, het geld wordt ‘automatisch’ overgemaakt op de rekening van het bevoegd gezag van de school.

  • Krijgen scholen een beschikking voor het geld dat ze ontvangen in 2018 en 2019?

    Ja, scholen krijgen een beschikking, die komt ongeveer gelijk met het geld.

  • Is het geld dat we in 2018 en 2019 ontvangen geoormerkt?

    In de regeling is een aantal bestedingsgronden genoemd. Daar moet het geld aan worden uitgegeven en in die zin is het geld geoormerkt. Scholen moeten hierover ook verantwoording afleggen in hun jaarverslag. Bij onrechtmatige besteding, wordt het geld teruggevorderd.

  • Mag het geld dat we in 2018 en 2019 krijgen alleen besteed worden aan techniek in het vmbo?

    Het geld dat in 2018 en 2019 wordt uitgekeerd is bedoeld als inhaalslag voor het technisch vmbo. Dit geld moet ten goede komen aan technisch vmbo. Naast de leerlingen in de technische profielen, kunnen ook andere leerlingen van de investeringen profiteren, bijvoorbeeld doordat er een extra docent is aangetrokken of doordat er apparatuur is aangeschaft die ook in andere profielen of in keuzevakken of zelfs in de theoretische leerweg wordt gebruikt. Ook mag het geld gebruikt worden om de instroom in technisch vmbo te vergroten. Het is daarvoor denkbaar en mogelijk om het geld in te zetten voor technieklessen in het basisonderwijs. In het algemeen: er is zeer veel ruimte om het geld te besteden, zolang het ten goede komt aan technisch vmbo.

  • Wij hebben de afgelopen jaren uit eigen middelen geïnvesteerd in technisch vmbo. Kunnen we het geld dat we in 2018 en 2019 krijgen gebruiken om onze eigen reserve weer op orde te brengen?

    Ja, dat mag. U moet wel verantwoorden dat u het geld eerder hebt geïnvesteerd in techniek in het vmbo.

Regeling OCW

  • Wanneer wordt de regeling voor de aanloopfase gepubliceerd?

    De regeling voor de aanloopfase (2018-2019) is op 20 juni 2018 gepubliceerd.

  • Is het geld dat we tussen 2020 en 2023 ontvangen geoormerkt?

    Ja, vanaf 2020 worden de extra middelen uitgekeerd als een subsidie op basis van een plan. Bij een plan hoort een begroting.

Planvorming (2018-2019)

Veelgestelde vragen over de planvorming.

Vragen vooraanmelding

  • Moet ik mij voor 31 oktober aanmelden als regio?

    Voor techniekarme regio’s is vooraanmelding verplicht. Voor techniekregio’s wordt vooraanmelding aanbevolen. Via de vooraanmelding krijgt de landelijke projectorganisatie zicht op de vraag of er in het hele land een dekkend aanbod van regio’s ontstaat en of er actie ondernomen moet worden om scholen tot regiovorming aan te zetten.

  • Als we ons aanmelden bij de vooraanmelding moet dan al precies duidelijk zijn welke bedrijven zorgen voor de 10% co-financiering?

    Nee, dat hoeft nog niet. Het is mooi als u aan kunt geven met welke partijen u samenwerkt, maar hoe die samenwerking er precies uit gaat zien en waar die uit bestaat hoeft nog niet opgegeven te worden.

  • Is het noodzakelijk dat bij de aanmelding al alle bedrijven waarmee samengewerkt gaat worden tekenen?

    De bedrijven waarvan bekend is dat ze mee gaan werken aan het plan kunnen tekenen, de bedrijven waarvan nog niet zeker is dat ze mee gaan werken hoeven niet te tekenen, dat kan ook bij het indienen van het plan.

  • Bij de vooraanmelding moet een intentieverklaring voor samenwerking gevoegd zijn, maar nog niet al onze samenwerkingspartners zijn bekend. Kunnen er later nieuw partners toegevoegd worden?

    Ja dat kan, op de intentieverklaring voor de vooraanmelding moeten in elk geval de samenwerkende vmbo-scholen en het mbo vermeld staan, andere samenwerkingspartners kunnen later (bij de aanvraag) toegevoegd worden.

  • We hebben een vooraanmelding gedaan, maar willen nog een school, bedrijf of intentieverklaring toevoegen, kan dat?

    Ja, dat kan, u kunt de aanvullende informatie mailen naar ocwsubsidies@minvws.nl.

  • Wij zijn een techniekarme regio en hebben de vooraanmelding gemist. Kunnen we ons nog aanmelden?

    Nee, techniekarme regio’s moesten zich voor 1 november melden. Later aanmelden kan niet. U kunt zich nog wel aansluiten bij een andere regio, bij u in de buurt.

  • Wij zijn een techniekregio en hebben de vooraanmelding gemist. Kunnen we ons nog aanmelden?

    Voor techniekregio’s was de vooraanmelding niet verplicht. U kunt gewoon een plan ontwikkelen en dit indienen voor 1 april 2019. Wij stellen het wel erg op prijs als u zich als regio nog meldt, dat kan door een mail te sturen naar ocwsubsidies@minvws.nl.

De regio

  • Wat is een regio?

    Dat bepaalt de regio zelf. Een regio bestaat in elk geval uit 2 vmbo-scholen, één mbo en het regionaal bedrijfsleven. 1 november 2018 moet de penvoerder in de regio doorgeven met wie u samen een regio vormt. Uiterlijk kort na de zomer worden de precieze voorwaarden bekend gemaakt.

  • Welke eisen worden er aan een regio gesteld?

    Op dit moment gelden de volgende eisen:

    • een regio bestaat uit ten minste 2 vmbo-scholen, 1 mbo-instelling en het regionaal bedrijfsleven;
    • regio’s mogen elkaar niet overlappen;
    • uit één regio komt één plan.

    In de zomervakantie 2018 worden de eisen die aan regio’s gesteld worden nader uitgewerkt. In september worden deze eisen vastgelegd in een ministeriële regeling. Tijdens de informatiebijeenkomsten in september/oktober en via de website worden scholen hierover nader geïnformeerd.

  • Een regio bestaat minimaal uit twee vmbo-scholen, één mbo en het regionaal bedrijfsleven. Kan een mbo meedoen aan meerdere plannen?

    Ja, dat kan, mbo’s hebben een regionale functie en werken soms met heel veel vmbo’s samen. Daarom kan een mbo aan meerdere plannen deelnemen.

  • Wat is een vmbo-school? Wordt dit bepaald op basis van het BRIN-nummer of het sub-BRIN-nummer?

    Uitgangspunt is het sub-BRIN-nummer (6 karakters). Er wordt van bestaande vmbo-vestigingen uitgegaan, niet van dislocaties. Dat wil zeggen dat iedere vmbo-vestiging maar aan maximaal één plan mag meedoen, maar dat een vmbo-school met meerdere vestigingen in meerdere plannen kan meedoen.

  • Hoeveel regio’s komen er?

    Dat bepaalt de regio, maar op dit moment wordt er van uitgegaan dat er tussen de 80 en 120 regio’s komen.

  • We moeten voor 1 november aangeven met wie we een regio vormen, waar moeten we dit aangeven en waarom?

    Regio’s wordt gevraagd voor 1 november aan te geven met welke partners in de regio er samengewerkt wordt aan een plan. De regio-indeling kan doorgegeven worden aan DUS-I (www.dus-i.nl). Op basis van de in november beschikbare gegevens per regio wordt actie ondernomen richting regio’s waar de samenwerking niet van de grond lijkt te komen. Ook wordt informatie uit de vooraanmelding gebruikt om kennis te delen en regio’s met elkaar in contact te brengen die op dezelfde thema’s willen ontwikkelen.

  • In hoeverre moeten scholen met D&P betrokken worden bij de planvorming?

    Aan de regionale plannen moeten in elk geval alle techniekscholen meedoen, alle niet-techniekscholen die andere profielen aantoonbaar technologisch vormgeven en alle overige scholen die een rol in het plan hebben. Scholen die geen technisch profiel hebben, maar wel andere profielen technologisch vormgeven, worden opgeroepen zich te melden bij de school die penvoerder is in een regio.

  • AOC’s nemen een bijzondere positie in, zij bieden vaak techniek aan en hebben een doorstroom naar techniek, maar worden bij het maken van regionale plannen soms buiten gesloten? Wat te doen?

    Ook AOC’s kunnen meeschrijven aan regionale pannen. Er kan ondersteuning ingeroepen worden bij ‘Sterk Techniekonderwijs’ om als AOC om tafel te komen met vmbo-scholen in de regio. Een AOC kan niet als penvoerder van een aanvraag fungeren.

Regiogrenzen

  • Gezegd wordt: een regio wordt gevormd door de gemeentegrens. Is dit een hard gegeven?

    De gemeentegrens kan de grens zijn van een regio, maar dat hoeft niet. Beredeneerde afwijkingen zijn altijd mogelijk. Kern van de zaak zal zijn: regio’s moeten geografisch logische gehelen zijn en mogen niet overlappen.

  • Mogen we met scholen verspreid over heel Nederland een regio vormen?

    Nee, regio’s mogen elkaar niet overlappen en iedere technische vmbo-vestiging in de regio moet aansluiten bij het plan. Dat is landelijk niet mogelijk.

  • Mag een school meeschrijven aan plannen van verschillende regio’s?

    Dat mag wel, maar een school krijgt maar één keer geld, niet apart voor elk regioplan.

  • Mogen regio’s meerdere plannen indienen?

    Nee, er wordt één plan per regio verwacht. Dat plan mag wel bestaan uit verschillende deelplannen voor verschillen onderwerpen.

  • Mogen regio’s elkaar overlappen?

    Nee, dat is niet de bedoeling, al kan dat aan de randen van een regio nooit helemaal uitgesloten worden.

  • In mijn regio is maar één vmbo-school, kan ik geen plan indienen?

    In dat geval is het zaak de regio te vergroten.

  • We zijn een school met 4 locaties in 3 gemeenten. Hoe speelt de eis ‘regio’s mogen elkaar niet overlappen’ hier een rol?

    4 scholen in 3 gemeenten kunnen (samen met andere scholen in hetzelfde gebied) één plan indienen. Regio’s mogen meerdere gemeenten omvatten. Verschillende vestigingen van één school kunnen aan verschillende regio’s deelnemen, zolang elke vestiging maar bij één regio hoort. Scholen bepalen zelf wat hun regio is, maar uit één regio mag maar één plan komen. Samenwerking is dus vereist.

  • Moeten er in een techniekregio één of twee scholen met een technisch profiel samenwerken met het maken van plannen. Kan ook een plan ingediend worden door één school met en één school zonder techniek?

    In principe moeten in een regio ten minste twee scholen met techniek samenwerken en een plan indienen, maar als er in een regio maar één school met techniekprofielen is kan deze wel samenwerken met andere vmbo-scholen in de regio en een plan indienen. Afwijkingen van de regels die uit te leggen zijn, zijn altijd mogelijk.

  • Waarom moeten we bij de planvorming het basisonderwijs en de TL meenemen, het gaat toch om geld dat voor techniek bedoeld is?

    De subsidie is bedoeld om techniek in de regio te stimuleren. In de regeling staat dat het geld niet alleen bedoeld is voor leerlingen in een technisch profiel, maar ook om techniek in bijvoorbeeld het basisonderwijs, de TL en andere vmbo-profielen die aantoonbaar met techniek/technologie aan de slag zijn te stimuleren, vandaar dat het geld daar ook aan uitgegeven moet worden. Plannen worden beoordeeld om de wijze waarop techniek in de regio gestimuleerd wordt.

  • Wat wordt er verstaan onder ‘bedrijven’ mogen instellingen ook meedoen?

    Onder bedrijven worden alle organisaties bedoeld die zorgen dat er werk is, dus ook woningbouwverenigingen, ziekenhuizen, instellingen, enz.

Budget voor het maken van plannen

  • Krijgen wij geld voor het maken van plannen?

    Ja, u krijgt in 2018 en 2019 in totaal circa € 50,- per leerling in bb en kb (gl 50%) voor het maken van plannen (€17,- in 2018 en circa € 34,- in 2019). Dit bedrag is beschikbaar voor alle vmbo-leerlingen, dus niet alleen voor leerlingen die een technisch profiel volgen. Dit geld wordt automatisch op de rekening van het bevoegd gezag van de school gestort.

  • In de aanloopfase krijgen alle vmbo-scholen met leerlingen in leerjaar 3 en 4 in het BB, KB en GL aanvullende bekostiging voor het maken van plannen. In de infographic staat € 50,- per leerling. In de regeling staat € 17,- per leerling. Hoe zit het?

    De aanvullende bekostiging voor planvorming wordt in twee jaar toegekend: in 2018 € 17,- per leerling (BB en KB, € 8,50 voor GL-leerlingen) en in 2019 € 33,- per leerling (BB en KB, GL-leerlingen € 16,50).

  • Onze leerlingen doen in leerjaar 3 CSPE in een technisch profiel en volgen daarna niet-technische beroepsgerichte keuzevakken. Tellen deze leerlingen mee voor het vaststellen van het maximaal aan te vragen budget?

    Ja, leerlingen die op 1 oktober 2018 in leerjaar 3 en 4 ingeschreven staan in een van de vijf technische profielen tellen mee voor het bepalen van de hoogte van het maximaal aan te vragen budget. Dit is ongeacht de beroepsgerichte keuzevakken die leerlingen volgen.

  • Een leerling switcht na 1 oktober 2018 van een technisch profielen naar een niet-technisch profiel. Tellen deze leerlingen mee voor het vaststellen van het maximaal aan te vragen budget?

    Ja, alle leerlingen die op 1 oktober 2018 ingeschreven staan in een technisch profiel in leerjaar 3 en 4 tellen mee voor het bepalen van de hoogte van het maximaal aan te vragen budget.

  • Krijgt een D&P school geld voor planvorming?

    Ja, alle vmbo-scholen krijgen geld voor de planvorming. Dit is € 50,- per leerling in de basis en kaderberoepsgerichte leerweg en € 25,- per leerling in de gemengde leerweg. Bij de bepaling van het bedrag dat scholen krijgen tellen alle leerlingen in alle profielen, leerjaar 3 en 4 mee. Dit geld wordt automatisch gestort op de rekening van het bevoegd gezag van de school.

Techniekarme regio

  • Als je op je school geen technisch profiel aanbiedt, krijg je dan geen geld?

    Dat hangt ervan af. Scholen die geen technisch profiel hebben kunnen meedelen in de middelen door mee te doen in de planvorming. Leerlingen die niet staan ingeschreven op de technische profielen tellen echter niet mee bij de bepaling van het maximale budget dat een regio kan aanvragen. Zogenoemde ‘techniekarme’ regio’s, regio’s waarin geen technische vmbo-profielen worden aangeboden, kunnen aanspraak maken op een apart potje met geld. De precieze definitie van techniekarme regio’s wordt zo snel mogelijk bekend gemaakt.

  • Kunnen ook scholen die geen techniekprofielen hebben plannen indienen?

    Nee, scholen die zelf geen techniekprofielen aanbieden kunnen geen penvoerder zijn voor een aanvraag. Ze kunnen wel deelnemen aan een aanvraag. Als er sprake is van een ‘techniekarme’ regio, een regio waarin nauwelijks techniek in de profielen wordt aangeboden, kan een school die geen techniekprofielen aanbiedt wel als penvoerder optreden. Voor deze regio’s is een apart budget beschikbaar (per regio tussen de € 600.000 en € 4.000.000 voor 4 jaar).

  • Wat is een ‘techniekarme’ regio?

    In een techniekarme regio volgt een relatief klein aandeel van de vmbo-leerlingen een van de vijf techniekprofielen. De precieze definitie volgt zo snel mogelijk en wordt vastgelegd per ministeriële regeling.

  • Moeten de plannen tot doel hebben dat in een ‘techniekarme’ regio techniekprofielen aangeboden gaan worden?

    Nee, dat hoeft niet, maar de plannen moeten wel tot doel hebben dat de doorstroom naar technische opleidingen in het mbo en technische beroepen gestimuleerd wordt.

  • In een techniekarme regio is minder dan 10% van de leerlingen ingeschreven in een techniekprofiel. Is dat per school of per regio?

    Het gaat om het aantal inschrijvingen in een regio waarin samen samenwerken. In de regio mogen niet meer dan 10% van de leerlingen ingeschreven zijn in een van de technische profielen (leerjaar 3 en 4) wil er sprake zijn van een techniekarme regio.

  • Als de plannen van techniekregio’s niet voldoende zijn krijgen ze de kans de plannen bij te stellen. Geldt dat ook voor de plannen van techniekarme regio’s?

    Nee, techniekarme regio’s krijgen geen kans een plan te verbeteren en opnieuw in te dienen. Het is aan te bevelen gebruik te maken van de mogelijkheid van een voorschouw, waarbij mensen van DUS-I de plannen beoordelen op volledigheid.
    De beoordelingscommissie beoordeelt plannen van techniekarme regio’s aan de hand van het beoordelingskader en geeft een ranking aan de plannen. Plannen met een hoge ranking worden als eerste goedgekeurd, plannen met een lage ranking lopen de kans buiten de boot te vallen als de bijdrage op is.

Planvorming

  • Wie moet penvoerder voor het indienen van een plan zijn?

    Penvoerder is een vmbo-school met een technisch profiel. In het geval dat in de regio geen vmbo-school met een technisch profiel aanwezig is (in een techniekluwe regio), kan een andere vmbo-school penvoerder zijn. Een mbo-instelling kan niet de penvoerder zijn.

  • Wat betekent het dat een school penvoerder is?

    De penvoerder dient het regioplan in, ontvangt de middelen en zorgt ervoor dat het budget, volgens de bij het plan ingediende begroting, verdeeld wordt of uitgevoerd wordt. Ook moet de penvoerder de uitgaven verantwoorden.

  • In 2018 en 2019 krijgen scholen met een profiel BWI, PIE en M&T geld. Zij maken dan al keuzes en bepalen de richting van plannen, hebben andere scholen in de regio nog invloed?

    Het klopt dat scholen in 2018 en 2019 al geld krijgen. Dit geld staat in principe los van de planvorming. Tegelijkertijd is het zo dat scholen in de periode dat ze dat geld uitgeven ook bezig zijn met het maken van regionale plannen. Het is dan ook verstandig om de middelen in 2018 en 2019 uit te geven op een manier die compatibel is met de regionale plannen.

  • In veel regio’s zijn plannen gemaakt in het kader van RIF-gelden. Hoe verhouden deze plannen zich met de plannen die voor Sterk Techniekonderwijs gemaakt moeten worden?

    RIF-gelden worden aangevraagd door het mbo. De middelen voor Sterk Techniekonderwijs worden aangevraagd door het vmbo. Beide plannen mogen elkaar aanvullen, maar mogen niet overlappen c.q. gelijk zijn. Dat wil zeggen: dezelfde activiteit mag niet twee keer gesubsidieerd worden. Ook bij de RIF-plannen is er sprake van co-financiering door het bedrijfsleven. Deze mag niet dezelfde zijn als de co-financiering in het kader van Sterk Techniekonderwijs.

  • Er lopen verschillende stimuleringsregelingen (RIF, Sterk Techniekonderwijs, Kwaliteitsafspraken mbo) kunnen deze regelingen elkaar aanvullen?

    Ja, dat mag. RIF en Kwaliteitsafspraken hebben betrekking op mbo-geld, waarbij het vmbo strikt genomen niet betrokken hoeft te worden. De regelingen kunnen een kader vormen voor andere regelingen, bij Sterk techniekonderwijs krijgt het vmbo geld. Regionale indelingen die in het kader van andere regelingen zijn gemaakt kunnen voortgezet worden in Sterk Techniekonderwijs.

  • Wij doen mee in de TiB-regio (Techniek in bedrijf) mogen onze plannen daarop aansluiten?

    Een TiB regio en -plan kan een goede basis zijn voor een regioplan. Dit hoeft echter niet.

  • Ik ben een school zonder technisch profiel en krijg dus geen geld in het kader van de regeling, kan ik wel meedoen met het maken van plannen?

    Er wordt onderscheid gemaakt tussen inkomsten en uitgaven. Scholen krijgen geld voor elke leerling die een technisch profiel volgt in het vmbo (BWI, PIE, M&T, MVI en/of MaT). Het geld mag besteed worden aan alle activiteiten die tot doel hebben de instroom in techniek te bevorderen, dus ook aan techniek binnen andere profielen, stimuleren van techniek in PO, onderbouw en/of vmbo TL, stimuleren van de doorstroom in technische opleidingen vanuit het vmbo, enz.

    Alle vmbo-scholen in een regio moeten betrokken worden bij het maken van plannen, ook scholen die zelf geen techniekprofiel aanbieden.

  • Wie moet in de regio samenwerken met bedrijven. Kunnen dat alleen technische bedrijven zijn of mag dat bijvoorbeeld ook een ziekenhuis zijn?

    Bedrijven mag breed opgevat worden, dus technische bedrijven, maar ook ziekenhuizen, zorginstellingen, logistieke bedrijven enz.

  • Aan welke eisen moeten plannen voldoen?

    Bij de regeling Sterk Techniekonderwijs is een toetsingskader gepubliceerd. Hierin staat waar de plannen aan moeten voldoen.

  • In het plan van aanpak moeten cijfers opgenomen worden (leerlingaantallen, doorstroomcijfers, arbeidsmarktgegevens). Van welke cijfer moet ik gebruik maken, er zijn verschillende bronnen.

    Op de website (www.sterktechniekonderwijs.nl) staat onder ‘Tools’ data. Hierin staan de cijfers van DUO, SBB, CBS. Deze cijfers moet u gebruiken in uw plannen.

  • Zijn de intentieverklaring, het regioplan en de samenwerkingsovereenkomst onderwerpen die advies dan wel instemming van de (G)MR nodig hebben (en van de OR van het mbo)?

    De MR/OR heeft adviesrecht bij het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst, zie artikel 11, 1d van de WMS: ‘het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake’.

Budget en waaraan mag budget besteed worden?

  • Op basis van welk leerlingaantal maak je een begroting bij het techniekplan dat op1 april 2019 wordt ingediend?

    Voor de bepaling van het maximaal aan te vragen bedrag geldt het leerlingaantal in de 5 technische profielen van BB, KB en GL op 1 oktober 2018 in leerjaar 3en 4. GL-leerlingen tellen voor de helft mee. Op basis van dat aantal leerlingen wordt het volledige subsidiebedrag berekend over de periode 2020-2023. Dat betekent dat er niet ieder jaar opnieuw bepaald wordt wat het bedrag is op basis van de meest actuele leerlingenaantallen.

  • Bij de plannen hoort een begroting, maar hoeveel geld kunnen wij aanvragen?

    Er is per leerling ongeveer € 3000,- per jaar beschikbaar. Het gaat hierbij om leerlingen in alle technische profielen (BWI, PIE, M&T, MaT en MVI). Het bedrag is niet voor alle leerlingen gelijk (voor de leerlingen MaT en MVI ligt het iets lager omdat die profielen al een hogere materiële bekostiging ontvangen; GL-leerlingen tellen voor de helft mee). Regio’s kunnen een bedrag aanvragen dat maximaal gelijk is aan het aantal leerlingen (telling 1-10-2018) x het bedrag per leerling. Zo wordt voorkomen dat er overintekening plaatsvindt. De kwaliteit van het plan is leidend voor de vraag of het volledige bedrag ook wordt toegewezen.

  • Geld wordt smal toegekend, maar mag breed besteed worden. Wat wordt hiermee bedoeld?

    De maximale hoogte van het vanaf 2020 beschikbare budget per regio wordt vastgesteld op basis van de leerlingenaantallen BB, KB en GL dat is ingeschreven op de vijf technische profielen. Deze berekening zegt echter niets over de manier waarop het geld besteed moet worden. Ook scholen zonder technische profielen kunnen delen in de middelen (bijvoorbeeld een D&P-school die dit profiel technologisch vormgeeft). Het budget mag besteed worden aan alle activiteiten die leiden tot breed, dekkend en kwalitatief hoogstaand aanbod van techniek in de regio. Deze activiteiten hoeven zich niet te beperken tot de technische profielen in het vmbo.

  • 10% co-financiering door het bedrijfsleven wat houdt dat in?

    Bij het realiseren van de plannen wordt 10% co-financiering van het bedrijfsleven gevraagd. Dat kan in de vorm van geld, maar ook in natura door het beschikbaar stellen van machines, materialen/apparatuur, mensen, het verzorgen van gastlessen, het begeleiden van stagiaires, enz.
    In de begroting die bij de plannen ingediend moet worden moet de inzet in natura van het bedrijfsleven gekapitaliseerd worden.

  • Mag er ook geld dat ontvangen wordt in het kader van Sterk Techniekonderwijs uitgegeven worden aan huisvesting?

    Nee, huisvesting is een taak van de gemeente.

  • Mag er ook geld dat ontvangen wordt in het kader van Sterk Techniekonderwijs uitgegeven worden aan aanpassingen in gebouwen?

    Ja.

Ondersteuning bij het maken van plannen

  • Kunnen wij hulp krijgen bij het maken van plannen?

    Ja, er is ondersteuning beschikbaar waarop een beroep gedaan kan worden. Dat kan inhoudelijke ondersteuning zijn, voor regio’s waar al wel wordt samengewerkt, maar de plannen nog niet goed duidelijk zijn, of strategische ondersteuning, voor regio’s waar de samenwerking tussen vmbo-mbo en bedrijfsleven moeizaam of niet tot stand komt. Ondersteuning kan worden ingeroepen door het contactformulier op de website in te vullen en op te sturen. In alle gevallen is ondersteuning bedoeld om gesprekken op gang te brengen. De ondersteuner komt maximaal drie keer een dagdeel naar de regio. Is er meer ondersteuning nodig of gewenst, dan moeten scholen die zelf betalen. Dat kan onder andere uit het bedrag dat scholen ontvangen voor de planvorming.

  • Kan ik als docent ook ondersteuning inroepen om het gesprek met mijn leidinggevende op gang te brengen?

    Ja, ook als docent kunt u een beroep doen op ondersteuning bijvoorbeeld om het gesprek met uw directie op gang te brengen. De ondersteuning moet wel gericht zijn op het maken van plannen voor techniek.

  • Wij krijgen ons plan niet voor april 2019 klaar, kunnen we meer tijd krijgen?

    Nee.

  • Wij willen onze plannen graag bespreken voor we ze officieel indienen kan dat?

    Ja, er komt een zogenaamde ‘voorschouw’ waar u uw plannen voor kunt leggen. In deze voorschouw wordt nagegaan of plannen aan de criteria voldoen én of ze voldoende zijn uitgewerkt om tot resultaat te leiden. In september 2018 wordt bekend gemaakt hoe u gebruik kunt maken van de voorschouw. Mocht u nog niet zo ver zijn dat u uw plan voor kunt leggen voor de voorschouw, dan kunt u ook, via de website, ondersteuning inroepen bij het uitwerken van uw plannen. Een positieve voorschouw betekent niet automatisch dat een plan door de commissie wordt goedgekeurd.

  • Onze leerlingen doen in leerjaar 3 CSPE in een technisch profiel en volgen daarna niet-technische beroepsgerichte keuzevakken. Tellen deze leerlingen mee voor het vaststellen van het maximaal aan te vragen budget?

    Ja, leerlingen die op 1 oktober 2018 in leerjaar 3 en 4 ingeschreven staan in een van de vijf technische profielen tellen mee voor het bepalen van de hoogte van het maximaal aan te vragen budget. Dit is ongeacht de beroepsgerichte keuzevakken die leerlingen volgen.

  • Een leerling switcht na 1 oktober 2018 van een technisch profielen naar een niet-technisch profiel. Tellen deze leerlingen mee voor het vaststellen van het maximaal aan te vragen budget?

    Ja, alle leerlingen die op 1 oktober 2018 ingeschreven staan in een technisch profiel in leerjaar 3 en 4 tellen mee voor het bepalen van de hoogte van het maximaal aan te vragen budget.

Beoordeling van plannen

  • Moet een regio deelnemen aan de voorschouw van DUS-I?

    Nee, deelname aan de voorschouw is vrijwillig. Concept plannen kunnen ook voorgelegd worden aan de regionale ondersteuners.

  • Wanneer moet een regio plan officieel zijn ingediend?

    Plannen moeten tussen 1 maart en 1 april 2019 bij DUS-I worden ingediend.

  • Welke criteria worden er gesteld aan een regioplan?

    De precieze criteria worden nog uitgewerkt. In de bijeenkomsten van september/oktober wordt u hierover geïnformeerd en zodra er meer informatie beschikbaar is wordt die gepubliceerd op de websites www.sterktechniekonderwijs.nl en www.dus-i.nl.

  • Wie beoordeelt de plannen?

    Er wordt een commissie ingesteld van ‘wijze mensen’ die de plannen beoordeelt. De samenstelling van deze commissie wordt na de zomer van 2018 bekendgemaakt op de website www.sterktechniekonderwijs.nl.

  • Zijn er criteria waar de plannen aan moeten voldoen?

    Ja, er komen criteria waaraan plannen moeten voldoen. Deze criteria worden, samen met het format op basis waarvan plannen moeten worden ingediend, in september 2018 beschikbaar.

  • De aanvragen moeten voor 1 april worden ingediend, in juli krijgen scholen bericht of hun plan is goedgekeurd. Hoe verhoudt zich dit met een schooljaar?

    Geprobeerd wordt zo snel mogelijk te werken, sneller gaat echt niet. In 2019 ontvangen scholen al wel geld voor techniek in het kader van de aanloopfase. Dat geld mag ook alvast worden ingezet ter voorbereiding van de uitvoering van de regionale plannen. Geld voor de transitiefase (waarin de plannen tot uitvoering worden gebracht) komt in januari 2020.

Transitiefase (2020-2023)

Veelgestelde vragen over de transitiefase.

Transitiefase

  • Onder welke voorwaarden worden de middelen die vanaf 2020 beschikbaar komen beschikbaar gesteld?

    Middelen komen alleen beschikbaar als er een goedgekeurd plan is. Als een regio geen plan indient komen er ook geen financiële middelen beschikbaar. Streven is de financiële middelen in alle regio’s uit te keren. Er wordt een budget uitgekeerd op basis van de begroting die bij een goedgekeurd plan hoort. Het maximale bedrag dat een regio kan aanvragen is gebaseerd op het aantal leerlingen dat staat ingeschreven in de vijf technische profielen van de basis- en kaderberoepsgerichte en de gemengde leerwegen.  De verkregen middelen mogen echter breed ingezet worden, dus ook aan stimulering van techniek binnen bijvoorbeeld een ander profiel, de onderbouw, het primair onderwijs, de havo, enz.

  • Hoe wordt bepaald of een school voldoet aan de eisen die gesteld worden aan Sterk Techniekonderwijs?

    De uitvoering van de plannen wordt gemonitord en er zal een evaluatie plaatsvinden. Doel is te komen tot een duurzaam dekkend techniekaanbod in de regio.

  • Moet er geld terugbetaald worden als plannen niet worden uitgevoerd c.q. geld aan andere zaken wordt besteed?

    Ja, in de verantwoording wordt duidelijk gemaakt aan welke activiteiten middelen zijn besteed. Dit wordt gecontroleerd door een accountant. Datgene wat aan het einde van de periode niet is besteed, zal worden teruggevorderd. Dit volgt de procedure zoals die gebruikelijk is bij een subsidie. Die is anders dan bij de reguliere bekostiging.

Na 2024

Veelgestelde vragen over de periode na 2024.

Na 2024

  • Hoe ziet de financiering er na 2024 uit?

    Op dit moment (juli 2018) is dat nog niet bekend, dat moet nog uitgewerkt worden en is afhankelijk van het verloop van de periode van 2020 tot 2023. De middelen zijn wel structureel.

  • Er is sprake van ‘structureel geld’? Wat betekent dit?

    Er is 100 miljoen per jaar beschikbaar. Aan deze beschikbaarheid is geen einddatum gekoppeld. Voor de periode tot 2023 is uitgewerkt hoe het geld beschikbaar komt en waaraan het uitgegeven mag worden. Voor de periode daarna (2024 en verder) moeten de plannen nog uitgewerkt worden.

  • Is het geld dat we na 2024 ontvangen geoormerkt?

    Het antwoord op deze vraag kan nog niet precies gegeven worden.

Staat uw vraag er toch niet bij? Stel dan uw vraag door het invullen van onderstaand formulier.

Contactformulier