10 januari 2022

Voortgangsrapportages 2021

Voortgangsrapportages 2021

Alle regio’s hebben hun voortgangsrapportage keurig op tijd ingeleverd bij DUS-I. Vóór 15 maart 2022 krijgen alle penvoerders een reactie van DUS-I. Als we door onze oogharen naar de stand van zaken STO tot 1 juli 2021 kijken dan worden er een aantal grote lijnen zichtbaar.

Grote rode lijnen

  • De samenwerking tussen vmbo’s in de regio komt goed op gang, er ontstaan sterke netwerken en op alle niveaus weten mensen elkaar steeds meer en beter te vinden. De samenwerking beperkt zich niet alleen tot techniek, maar breidt zich uit naar andere sectoren, profielen. ‘Wat voor techniek kan, moet toch ook voor andere profielen kunnen’ is een uitspraak die regelmatig gehoord wordt.
  • De samenwerking tussen vmbo en bedrijfsleven bestond in veel gevallen al, maar heeft door STO een flinke stap voorwaarts gezet. Scholen en bedrijven weten elkaar steeds meer te vinden voor bedrijfsbezoeken en stages, soms voor hele keuzevakken en soms voor ‘kleine opdrachten’ (een onderdeel van een opdracht wordt in een bedrijf gemaakt), voor gastlessen en de inzet van hybride professionals. Het vmbo maakt zich wel een beetje zorgen of deze samenwerking zo goed blijft als ook de havo en de theoretische leerweg een beroep op het bedrijfsleven gaan doen.
  • In veel regio’s is de samenwerking met het PO op gang gekomen, in een aantal regio’s vraagt deze samenwerking nog wel wat aandacht. Op tal van plaatsen zijn technohubs ontstaan en bezoeken leerlingen uit het PO het vmbo, of gaat het vmbo bij het PO op bezoek. Vaak spelen docenten hierin een rol, maar soms ook leerlingen. In sommige regio’s zijn websites ontstaan met opdrachten, uitleensystemen voor materiaal en middelen en reserveringssystemen voor bezoeken.

Naast positieve punten zijn er ook een paar zorgpunten.

Enkele zorgpunten

  • Door corona hebben scholen hun handen vol aan het verzorgen van goed onderwijs. Hierdoor dreigt Sterk Techniekonderwijs soms minder prioriteit te krijgen.
  • Sommige regio’s geven aan zich zorgen te maken over het behalen van de afgesproken cofinanciering, omdat voorgenomen activiteiten, als stages en bedrijfsbezoeken, door corona niet door kunnen gaan en ook niet ingehaald kunnen worden.
  • Minder tevreden zijn de regio’s over de samenwerking met het mbo. Soms gaat deze samenwerking heel goed en ontstaan mooie doorlopende routes voor leerlingen, maar vaak ook verloopt de samenwerking moeizaam, geeft het mbo niet thuis of vraagt zij financiële middelen voor samenwerking.

Al met al kan na anderhalf jaar STO in de transitiefase geconcludeerd worden dat Sterk Techniekonderwijs goed op gang komt.